Op 27 en 28 juni 2026 gold code oranje voor onweersbuien, aanvankelijk voor Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg, later landelijk. Er viel hagel tot vijf centimeter, de hoogste officieel gemeten windstoot bedroeg 90 kilometer per uur bij Eindhoven, en langs een band van zuidwest naar noordoost viel meer dan 60 millimeter neerslag in vierentwintig uur. Op verschillende plaatsen ontstond schade aan gebouwen.
Een jaar eerder, op 2 juli 2025, was er een vergelijkbare situatie: code oranje voor onder andere Limburg, hagel groter dan twee centimeter in het oosten, en een ingestort bedrijfsdak.
Windstoten, niet windkracht
Het KNMI formuleert de oorzaak expliciet: de meeste schade hangt samen met windstoten, niet met de gemiddelde windsnelheid. Dat verklaart waarom een zomerse onweersbui zonder officiële stormwaarschuwing meer daken beschadigt dan een winterse depressie met een hoger uurgemiddelde.
De relevante grenzen:
- Een windstoot begint bij 50 kilometer per uur
- Code geel geldt vanaf windstoten van 75 kilometer per uur landinwaarts, 90 aan de kust in de winter
- Code oranje en rood vanaf 100 kilometer per uur landinwaarts, 120 aan de kust
- Storm is windkracht 9, een uurgemiddelde van 75 tot 88 kilometer per uur
Nederlands Limburg valt volgens NEN-EN 1991-1-4 in windgebied III, het laagste van de drie. De rekenwaarden voor windbelasting, en dus voor de verankering van pannen, dakranden en dakballast, liggen hier lager dan aan de kust. Dat is geen bescherming tegen zomerse onweersbuien: die produceren lokale windstoten die met de gebiedsindeling weinig te maken hebben.
Wat de landelijke cijfers laten zien
Volgens de klimaatschademonitor kwam de verzekerde weerschade in Nederland in 2024 uit op ongeveer 278 miljoen euro, met zomerbuien als grootste veroorzaker. Voor 2025 ging het om meer dan 155 miljoen euro, waarvan storm meer dan 60 miljoen, hagel ongeveer 50 miljoen en neerslag ongeveer 35 miljoen.
De verklaring die het KNMI daarbij geeft voor de zomerse concentratie: warmere lucht bevat meer vocht, zomerse buien produceren grotere hagelstenen, en bomen in blad vangen meer wind. Voor extreme zomerhagel verwacht het KNMI dat de kans daarop binnen dertig jaar ongeveer verdubbelt.
Het historische ijkpunt voor Zuidoost-Nederland blijft 23 juni 2016, met hagelstenen van vier tot tien centimeter, de grootste die in vijfentwintig jaar in Nederland waren waargenomen. Juni 2016 was in het zuidoosten bovendien recordnat, met 277 millimeter op het KNMI-station in Ysselsteyn in Limburg tegen een landelijk gemiddelde van 118 millimeter.
Regionale schadecijfers voor specifiek Limburg publiceert de monitor niet. De genoemde bedragen zijn landelijk.
Waar daken het begeven
De schadebeelden zijn tamelijk voorspelbaar, en ze concentreren zich op de randen en overgangen:
- Losgeraakte of gebroken dakpannen, vooral bij nok, dakvoet, hoekkeper en de randzones van het dakvlak
- Weggewaaide of opgetilde nokvorsten, met eindvorsten als eerste slachtoffer omdat de wind daar aangrijpt
- Losgekomen dakranden en dakrandprofielen
- Opgewaaide of gescheurde dakbedekking op platte daken
- Beschadigde loodslabben en schoorsteenaansluitingen
- Verstopte of losgeraakte goten en hemelwaterafvoeren
- Secundaire lekkage en waterschade, vaak pas dagen later zichtbaar
Bij hagel komt daar mechanische inslagschade bij, op bitumen als indeuking en verlies van de beschermlaag, op keramische pannen als breuk of haarscheur die pas bij de eerste vorstperiode doorzet.
De uitsluiting die de meeste discussie geeft
Een opstalverzekering dekt doorgaans stormschade aan de woning en hagelinslag op het dak. Twee dingen vallen structureel buiten de dekking: schade door achterstallig onderhoud, en schade door losse voorwerpen die buiten stonden.
Die eerste is in de praktijk de grootste bron van conflict bij dakclaims. De verzekeraar constateert dat de nokvorsten al los lagen, dat de mortel al verzand was, of dat de dakbedekking al scheuren vertoonde, en beoordeelt de schade dan als het gevolg van slecht onderhoud in plaats van het weer. Dat is niet per definitie onterecht, maar het is voor de eigenaar wel lastig te weerleggen na het feit.
Vandaar de praktische waarde van een gedateerd inspectierapport met foto’s. Wie kan aantonen dat het dak zes maanden voor de bui in orde was, staat in dat gesprek fundamenteel anders.
Twee getallen die niet kloppen zoals ze rondgaan
De stormdrempel van windkracht 7. In de meeste Nederlandse polisvoorwaarden staat dat schade pas als stormschade telt vanaf windkracht 7, ofwel 14 meter per seconde, vastgesteld op basis van KNMI-gegevens. Dat is een contractuele afspraak, geen wettelijke definitie. Het Verbond van Verzekeraars geeft zelf geen universele definitie van storm. Wat in een concrete polis staat, staat in die polis.
Het eigen risico van twee procent van de verzekerde som. Dit getal circuleert breed, maar er is geen gezaghebbende bron die het als standaard bevestigt. Eigen risico bij stormschade verschilt per polis en per verzekeraar.
Wat er na een bui nagekeken wordt
Eerst foto’s, voor het dossier bij de verzekeraar, voordat er iets wordt opgeruimd of hersteld. Daarna een volledige visuele inspectie van dakvlak, nok, hoekkepers en randzones, van de nokvorsten en hun bevestiging, van loodslabben en de schoorsteenaansluiting, van goten en afvoeren, en bij platte daken van dakranden, plakranden, opstanden en ballast. Van binnenuit worden dakvoet, panlatten en dakbeschot op vochtplekken gecontroleerd.
Vervolgens de scheiding die het meeste geld scheelt: wat moet acuut, en wat kan wachten tot een regulier hersteltraject. Een noodafdichting die het water tegenhoudt tot dat traject start, voorkomt gevolgschade aan isolatie, plafonds en elektra.
Herstelprijzen die na een stormperiode circuleren, wijken sterk af van de reguliere ranges. Wat in zulke overzichten als richtprijs verschijnt bevat spoed- en schaarstetoeslagen, en is dus geen bruikbare maatstaf voor gepland onderhoud.
Bronnen
- KNMI, windstoten en waarschuwingen; achtergrondartikelen over code oranje op 2 juli 2025 en op 27 en 28 juni 2026
- KNMI, klimaatschademonitor 2024; Verbond van Verzekeraars, klimaatschade 2025
- KNMI, recordnatte juni in het zuidoosten
- Verbond van Verzekeraars, stormschade en de infographic verzekerbaarheid klimaatrisico’s
- NEN-EN 1991-1-4 voor de indeling in windgebieden