Limburgse Dakwerken gids voor Belgisch en Nederlands Limburg

Salderen stopt op 1 januari 2027: waarom het dak vóór de zonnepanelen komt

Panelen gaan ongeveer vijfentwintig jaar mee. Ligt er dakbedekking onder met een kortere resterende levensduur, dan wordt die installatie halverwege gedemonteerd en opnieuw gemonteerd. Met het einde van de salderingsregeling in zicht is de volgorde van die twee investeringen relevanter dan ooit.

De Nederlandse salderingsregeling stopt op 1 januari 2027. Geen afbouwpad, een harde stop. Dat verandert de rekensom achter zonnepanelen, en daarmee ook de vraag wanneer het dak eronder aangepakt moet worden.

Wat er per 1 januari 2027 verandert

Salderen betekent nu dat teruggeleverde stroom rechtstreeks wordt weggestreept tegen afgenomen stroom. Vanaf 1 januari 2027 is dat voorbij. Teruglevering blijft mogelijk en blijft vergoed, maar tegen een tarief: tot 2030 moeten leveranciers minstens vijftig procent van het kale leveringstarief betalen, exclusief belastingen. Leveranciers mogen daarbij alleen daadwerkelijke verwerkingskosten doorrekenen, en de ACM ziet daarop toe.

Over stroom die direct in het eigen huishouden wordt verbruikt, worden geen belastingen betaald. Dat is de kern van wat er verschuift: zelfverbruik wordt relatief waardevoller, teruglevering minder waard.

Op de btw verandert niets. Sinds 1 januari 2023 geldt 0 procent op de levering en installatie van zonnepanelen op of bij woningen, inclusief in-dak-systemen en zonnedakpannen, kabels, omvormers en montagemateriaal. Wat buiten dat nultarief valt en dus 21 procent blijft: multifunctionele PVT-panelen, thuisbatterijen, volledige meterkastvervanging, en, relevant voor dit onderwerp, constructieve dakversterking. Wie het dak moet verstevigen om de panelen te kunnen dragen, betaalt daarover het volle tarief.

De volgorde die vaak omgekeerd wordt

Zonnepanelen gaan ongeveer vijfentwintig jaar mee. Bitumen dakbedekking houdt het in de praktijk twintig tot dertig jaar vol, betonpannen dertig tot veertig jaar. Wie panelen legt op dakbedekking die over acht jaar aan vervanging toe is, betaalt over acht jaar voor demontage, opslag en hermontage van de hele installatie, plus de steigerkosten die anders maar één keer gemaakt hadden hoeven worden.

Betrouwbare tarieven voor die demontage en hermontage zijn niet publiek beschikbaar, dus die staan hier niet. Het punt staat er los van: de kosten zijn er, en ze zijn te vermijden door de volgorde om te draaien.

Waar bij een pannendak op gelet wordt voordat er panelen op gaan:

  • Conditie van panlatten en dakbeschot, want daar worden de haken op bevestigd
  • Resterende levensduur van de pannen zelf, en de beschikbaarheid van hetzelfde pantype voor later herstel
  • Nokafwerking, omdat een deel van de installaties tot dicht bij de nok doorloopt
  • Loodslabben en de aansluiting op schoorsteen of dakkapel, aangezien de panelen die plekken slechter bereikbaar maken
  • Bij een plat dak: het draagvermogen in verband met de ballast van het montagesysteem, en of de dakbedekking doorboringen verdraagt of dat een ballastsysteem nodig is

Dat laatste geldt in versterkte mate bij oudere agrarische bijgebouwen, van het type dat rond Nederweert, Horst, Kinrooi en Peer veel voorkomt. Bij een gebouw met eiken gebinten van honderd jaar oud is de draagkracht een berekening en geen aanname.

En bij een asbestdak

Aan Vlaamse zijde is dit eenvoudig: op een asbestcementdak mag niets geplaatst worden, en overkappen is verboden. Panelen op een asbestdak zijn daar dus geen optie. Dat betekent eerst vervangen. Voor niet-verwarmde, niet-residentiële gebouwen bestaat daar juist een premie voor: Fluvius geeft 12 euro per vierkante meter voor het verwijderen van het asbestdak, gekoppeld aan zonnepanelen op minstens tien procent van het verwijderde oppervlak, mits het gebouw vóór 1 januari 2006 op het net was aangesloten. De einddatum van die regeling wordt door OVAM en Fluvius verschillend opgegeven, dus navraag vooraf is nodig.

Aan Nederlandse zijde bestaat geen verbod op panelen boven asbest, maar het is technisch en verzekeringstechnisch een slecht idee. Elke latere ingreep aan het dak wordt dan een saneringsproject met een PV-installatie erop.

Belgisch Limburg: een ander stelsel, dezelfde conclusie

In Vlaanderen is de terugdraaiende teller al langer verleden tijd. Het Grondwettelijk Hof vernietigde de regeling voor de virtueel terugdraaiende teller op 14 januari 2021. Sindsdien wordt bij een digitale meter afgerekend op werkelijke afname en werkelijke injectie. De uitstelperiode waarin oudere installaties de digitale meter mochten weigeren, liep tot en met 31 december 2024; sinds 1 januari 2025 kan weigeren niet meer.

Daarnaast geldt het capaciteitstarief. Dat wordt berekend op de hoogste kwartierpiek per maand, gemiddeld over twaalf maanden, met een minimumbijdrage van 2,5 kW ook bij een lagere piek. Het tarief bedraagt ongeveer 53,39 euro per kW per jaar exclusief btw en verschilt per netbeheerder. De gemiddelde Vlaamse maandpiek lag bij een meting in november 2025 op 4,24 kW, over meer dan een miljoen huishoudens. Het prosumententarief vervalt zodra de digitale meter er staat.

Voor de injectie geldt marktwerking. Bij een marktoverzicht van eind juli 2026 liepen de injectietarieven van 0,27 tot 9,14 cent per kWh, met een marktgemiddelde rond 4,37 cent. Dynamische contracten stonden bovenaan, vaste contracten onderaan.

Verschillend stelsel, dezelfde praktische gevolgtrekking: zelfverbruik weegt zwaarder dan teruglevering, en piekbeheersing weegt mee. En ook hier gaan de panelen langer mee dan de dakbedekking waar ze op liggen.

Wat dit betekent voor de planning

Voor wie in 2026 een dak van meer dan twintig jaar oud heeft en panelen overweegt, is de logische volgorde: eerst laten inspecteren wat de resterende levensduur van de dakbedekking en de onderliggende constructie is. Blijkt die tien jaar of minder te zijn, dan is dakwerk vóór het PV-project vrijwel altijd goedkoper dan de omgekeerde volgorde, en in Nederland komt daar bij dat dakisolatie bij die gelegenheid meegenomen kan worden met ISDE-subsidie erop.

Wat daarbij niet meespeelt: het einde van de salderingsregeling is geen reden om panelen te haasten voordat het dak in orde is. Een installatie die halverwege haar levensduur eraf moet, kost meer dan wat de laatste maanden salderen oplevert.

Bronnen

  • Rijksoverheid, salderingsregeling
  • Belastingdienst, btw-tarief zonnepanelen
  • Vlaamse Nutsregulator, capaciteitstarief
  • EMIS/VITO, publicatie van het arrest van het Grondwettelijk Hof over de terugdraaiende teller
  • Fluvius, premie asbestverwijdering bij plaatsing van zonnepanelen
  • Marktoverzicht injectietarieven, Selectra, juli 2026
Getekend portret van Hanne Gielen

Over de auteur

Hanne Gielen · oprichter en redacteur

Bouwkundige uit Belgisch Limburg, met werkervaring in de dakwerkensector aan beide zijden van de grens. Schrijft over techniek, kosten, premies en regelgeving rond daken in de Euregio.

Over dit platform

Verder lezen

Dakwerk laten uitvoeren in Limburg

Deze gids voert zelf geen werk uit. Voor inspectie, reparatie, renovatie en onderhoud in Nederlands en Belgisch Limburg verwijst de redactie naar Den Dekker Dakbedekking: ruim vijfentwintig jaar ervaring, kosteloze dakinspectie met beeldverslag, en een spoedservice die 24 uur per dag bereikbaar is bij daklekkage en stormschade.